Rijden onder invloed van geneesmiddelen

Het besturen van een voertuig vereist een aantal complexe cognitieve en psychomotorische vaardigheden. Het nemen van geneesmiddelen kan, net zoals het gebruik van alcohol en drugs, deze vaardigheden aantasten. Zo heeft de sederende werking van een kalmeringsmiddel een negatieve invloed op de rijvaardigheden met een verhoging van het ongevalsrisico van 60 tot 80% tot gevolg.

Eén op zes Belgen heeft in het afgelopen jaar een psychoactief middel gebruikt. Uit onderzoek blijkt dat 17% van de geneesmiddelen de rijvaardigheden negatief beïnvloedt.

Naar schatting is 3 tot 4% van de ongevallen te wijten aan het rijden onder invloed van geneesmiddelen. Omgerekend komt dit in België overeen met 1000 tot 1400 ongevallen per jaar met ongeveer 1300 lichtgewonden, 100 zwaargewonden en 18 doden.

Om het rijden onder invloed te voorkomen kunnen verschillende maatregelen genomen worden zoals een combinatie van sensibilisatie, waarbij de arts en apotheker een cruciale rol spelen en handhaving.

Highlights

  • Het effect van geneesmiddelen op de rijvaardigheid wordt bepaald door verschillende factoren, waaronder het soort substantie, de dosis, de ervaring van de gebruiker en de combinatie met andere psychoactieve stoffen.
  • Opioïden en benzodiazepinen verhogen het sterkst de kans op een ongeval, gevolgd door Z-drugs en antidepressiva. Combinatiegebruik met drugs en alcohol leidt tot een nog groter risico.
  • Het gebruik van geneesmiddelen in het Belgische verkeer ligt met 3% dubbel zo hoog als het Europese gemiddelde (1,4%). 18% van de Belgische bestuurders geeft aan wel eens te rijden onder invloed van medicatie die de waakzaamheid kan beïnvloeden.