Prioritaire voertuigen

Prioritaire voertuigen moeten snel ter plaatse zijn bij een interventie. Om dit mogelijk te maken, zijn deze voertuigen uitgerust met blauwe knipperlichten en sirenes. De wegcode bepaalt welke bestuurders van prioritaire voertuigen dat reglement slechts ten dele hoeven na te leven. Hoe eerder prioritaire voertuigen aankomen, hoe minder materiële en/of fysieke schade. Er bestaan verschillende maatregelen om de responstijd en de herkenbaarheid van prioritaire voertuigen te beïnvloeden. Deze briefing bespreekt vier concrete maatregelen: de reddingsstrook, C-ITS technologie, battenburgmarkeringen en hoffelijkheidslichten. 

De verplaatsing van prioritaire voertuigen met een dringende opdracht is niet zonder risico op verkeersongevallen. Hoewel het rijden met hogere snelheden bijvoorbeeld een betere dienstverlening biedt in noodsituaties, weten we ook dat snelheid een verhoogd risico op ongevallen met zich meebrengt. Deze briefing schetst de belangrijkste risicofactoren voor ongevallen met prioritaire voertuigen en presenteert enkele statistieken voor ons land.

Highlights

  • Alleen prioritaire voertuigen met een dringende opdracht mogen prioritair rijden. 
  • Het is strafbaar om geen voorrang te verlenen aan een prioritair voertuig.
  • Maatregelen om de responstijd van prioritaire voertuigen in te korten zijn het gebruik van de reddingsstrook of C-ITS. 
  • Een maatregel om de herkenbaarheid van prioritaire voertuigen te vergroten is de battenburgmarkering.
  • Ongeveer negen op tien Belgen zijn zich bewust van de verplichting om voorrang te verlenen aan prioritaire voertuigen met blauwe zwaailichten en sirene aan.